Gepost door: wfobel | juni 16, 2011

Taartendag en feedback

Als jong ondernemer heb ik ooit het idee van een ‘taartendag’ geopperd in mijn bedrijf. Het idee was simpel. De medewerkers zouden taart of gebak meebrengen, liefst zelf gemaakt, en we zouden dat van elkaars baksels proeven, en wat bijpraten.  Ik wou dat doen in de keuken van ons kantoor, waar we ook een ‘Family & friends-wall’ hadden. Met foto’s en grappige knipsels. Los en ongedwongen, omdat de boog niet altijd gespannen kan zijn en zo…

Klinkt het klef genoeg om uw immer kritische geest alert te houden en mij neer te sabelen omwille van verregaand paternalisme? Dan kunnen we nu beginnen.

Het hoeft allicht verder geen betoog dat ik de meeste taarten zelf meebracht en dat mijn kinderen prominent op de verder troosteloze muur prijkten, samen met wat scheurkalendermiserie van jaren her en de traditionele belegen cartoons over ‘ you don’t have to be crazy to work here, but it helps’ of “if assholes could fly, our office would be an airport”…. Het initiatief is als een slechtgebakken souflé ingezakt…

Dat zet  aan tot denken. Als werkgever wil je je mensen een warm, aangenaam kader geven. We zijn daar niet onfeilbaar in, het is een pad van trial-and-error.  Maar de intentie, de bedoeling is steeds weer om een omgeving te scheppen waarin naast professionele excellentie ook een zekere vorm van collegialiteit, vriendschap zelfs kan  ontstaan.

Niemand heeft een patent op de oplossing, maar ik wil een lans breken voor feedback, eerder dan voor de apathie.  Hoe moeilijk is het om te zeggen dat je niet wil gaan dauwtrappen, en dat je niet gelooft in de wezenlijke bijdrage van het eten van sprinkhanen tot de bedrijfsresultaten. Fijn, dan weten we dat ook weer. Maar zeg het tenminste. Het is te gemakkelijk om achter de rug van de manager meesmuilend te lachen met genomen initiatieven en die te laten doodbloeden.

Kom zelf eens met ideeën op de proppen (liefst niet altijd gesitueerd in de Bahama’s, het mag ook al eens iets kleins zijn). We zullen luisteren, we zijn er immers bij gebaat. Weet dat we alles verkiezen boven apathie en leedvermaak.

Meer en meer heb ik immers het gevoel dat we enkel goed zijn om de maandelijkse betalingen te verrichten voor werknemers. Werknemers die het bedrijf waar wij dan toch wel trots op zijn, eerder zien als een middel om hun andere aspiraties te bereiken, en bijgevolg ook hun commitment op een basis niveau houden. Dat doet pijn en is tegelijkertijd begrijpelijk.

Het is begrijpelijk vanuit een perspectief work-life balance, maar ook daar wens ik kanttekeningen bij te plaatsen. Als je er niet in slaagt je professionele aspiraties een plaats te geven in je ‘life’, ben je dan niet helemaal verkeerd bezig? Zou het niet zo moeten zijn dat je fluitend je dagtaken aanvat, gewoon omdat je dat graag doet, of omdat je daar talent voor hebt? En leidt dat dan niet automatisch tot betrokkenheid?  Een betrokkenheid die groter is dan het bloedeloos uitvoeren van een aantal taken?

Het doet mij anderzijds pijn, omdat ik opgegroeid ben in bedrijven waar het gevoel van samen ‘aan een doel’ te werken quasi automatisch kwam. Ik zie dat minder de laatste tijd, en ik vang het ook op bij collega’s.  Het is overigens ook in tendensen te duiden, creatieve beroepen die zich alsmaar meer als freelancers op de markt smijten, en hun éénmans-toko’s laten gedijen vanuit hun belangen, zonder loyauteit naar opdrachtgevers of bedrijven.

Een groep bereikt altijd makkelijker en betere resultaten dan een individu, zeker omdat een groep vaak bestaat uit dromers, initiatiefnemers en uitvoerders die mekaar aanvullen om zaken te realiseren. Complementaire groepen overstijgen het individuele “by far”. Over het gouden business idee spreek ik me een andere keer uit, dat kan je allicht best zelf eerst uitwerken, maar voor nu zou ik willen besluiten met een warm pleidooi voor ‘taartendag’ in elk bedrijf. Leer elkaar kennen en appreciëren.

Advertenties
Gepost door: wfobel | juni 13, 2011

knelpuntberoep hoezo ?

Ik heb het best moeilijk met de term “knelpuntberoep”. Volgens mij is dit een soort schaamlapje dat wordt gebruikt om de logische en economische wet van vraag en aanbod te ondermijnen. U leest het goed, en ik ga het nu uitleggen.

Als iemand een bepaalde investering doet, en deze of gene studiekeuze maakt, dan staat daar logischerwijze iets tegenover. Een loon, voordelen, prestige.  Als we ze echter maar dat willen betalen wat we in onze eigen budgettering hebben bepaald, wars van enige sector-of marktvoeling, dan komen we inderdaad voor de verrassende boodschap dat er weinig gegadigden voor onze vacature opdagen.  Talent en expertise heeft zijn prijs. Iedereen zoekt het schaap met vijf poten, jong genoeg om betaalbaar te blijven maar ervaring om onze problemen op te lossen ten overvloed. Dat kan niet.   Dat is geen knelpunt beroep, dat is een onrealistische kijk op de zaken.

Ik geloof dus ook niet in het kunstmatig proberen oplossen van de ‘knelpuntberoep-problematiek’, en de actualiteit geeft mij gelijk. De knelpunten van tien jaar geleden zijn dat vandaag nog steeds. Het wisselt wat, maar structureel verandert er niets. Vormingsprogramma’s, propaganda campagne’s, numerus clausus, het gaat er allemaal niet veel aan veranderen.

Altijd zullen er angsthazen zijn die bij de aanvang van hun studies kiezen voor een beroep waarvan ze weten dat er schaarste is, om zo zeker aan de bak te kunnen komen. De vraag is of je dan de beste mensen hebt voor die job, en niet eerder een groter probleem. Uiteraard heb je macro economisch je statistieken opgesmukt, maar het blijft – volgens mij – een verkeerde aanpak.

Mensen moeten datgene doen in hun leven waarvoor ze talent en vooral “goesting” hebben. Dat moet het uitgangspunt zijn. Alleen dan zullen ze excelleren en ‘in fine’ welvaart en welzijn kennen.

Een overheid moet zich niet bezig houden met beroepen aantrekkelijk te maken, of studies aantrekkelijk te maken. Ze moet eerder zorgen voor de nodige infrastructuur en kanalisering van talent mogelijk maken.

Wat mij betreft zijn er twee dingen waar die overheid wel mag ingrijpen. Onderwijs en ambtenarij.

Voor het onderwijs zouden wij de best and the brightest moeten aantrekken, zodat we er zeker van zijn dat onze kinderen maximaal gewapend  en gevormd zijn om in een kennis- en diensten economie te overleven. Het is toch te gek dat mensen die kiezen voor een universitaire vorming door het cascade systeem uiteindelijk regent of leraar worden. Wat je nodig hebt zijn de echt bezielde mensen die van bij aanvang zeggen, ik wil lesgeven, ik wil vormen, ik wil kennis overdragen. En dat moet gehonoreerd worden.

En wat de ambtenarij betreft, waarom zouden we daar niet met het volgende systeem werken : wie er in slaagt zijn job overbodig te maken binnen het ambtenaren-apparaat, mag vertrekken, en krijgt de rest van zijn actieve loopbaan 75% van zijn salaris uitbetaald. Uiteraard mag hij elders weken maar nooit meer als ambtenaar. Resultaat : een slank overheidsapparaat, creatieve denkers en werkers  die weer op de markt komen, en meer gelukkige mensen. En als we het heel goed doen, dan kunnen we op die manier een serieuze besparing genereren.

Voor al het andere geldt, loon naar werken en de spanning tussen vraag en aanbod maximaal laten spelen.

Gepost door: wfobel | juni 7, 2011

Rekrutering is meer dan sociale media kunstjes

Rekrutering en Selectie  is een vak. De laatste tijd denken veel mensen dat ze het einde er van gezien hebben. En dat ze weten waaraan dat ligt. En ik niet.

‘T is de schuld van de sociale media, mijnheer. Mensen zoeken in hun eigen netwerk en dat gaat sneller efficiënter en betrouwbaarder dan wanneer ze dat uitbesteden aan een extern bureau”. Ze kijken altijd vreemd op als ik hen gelijk geef. Ik hoor het vak te verdedigen.  Ik ben nog elke dag dankbaar voor de ontwikkeling van sociale media, die niet weg te denken zijn uit ons beroep. Er zitten echter veel kantjes aan die discussie en ze voeren leidt niet steeds tot groter wederzijds begrip

Zoals in alles, is een eerste niveau voor iedereen makkelijk bereikbaar. Iedereen waant zich ook voetbaltrainer in België, zoals ook iedereen alles weet over goede en slechte reclame. Rekruteren is ook zoiets. We zoeken wat kandidaten en nemen er de beste/goedkoopste/sympathiekste uit. Of we kiezen voor het vriendje van de directiesecretaresse, omdat die toevallig vrij is. Ik chargeer uiteraard. Ik heb er op zich ook niets op tegen. Ik werk graag met kandidaten die aangereikt worden door de opdrachtgever. Waarom niet?  Maar er is toch nog wel wat meer aan de hand.

Om te beginnen, het juist definiëren van een behoefte. Het is niet omdat Frank het bedrijf verlaat dat we een nieuwe Frank nodig hebben, een doorslagje van de vorige. Dat soort situaties zijn gedroomde kansen om de resources eens door te lichten en de organisatie aan te pakken. Hoe schik je mensen, middelen en objectieven zodat er een andere, veel vruchtbaardere kruisbestuiving kan ontstaan. Een beetje HR professional kan daar iets mee doen, kan kostenbesparend optreden en de zaak ten goede keren. Maar neen hoor. Velen onder ons hebben op de schoolbanken van Deming geleerd dat stilstand achteruitgang betekent en dat continu verbeteren de boodschap is. Helaas zie ik in de realiteit dat zijn PDCA (plan-do-check-act) voor veel mensen betekent “Please Don’t Change Anything”. Een gemiste kans dus… en één met grote gevolgen bovendien. De collega’s hebben dit immers door en er wordt steevast over gepraat. En hoe ?!

Maar belangrijker nog, eens vastgesteld is dat een bepaald talent moet aangezocht worden, ga je als rekruteringsdeskundige niet automatisch op zoek naar vriendjes of platgetreden paden. Het is niet omdat iemand op zoek is naar een nieuwe uitdaging, dat hij ook automatisch de meest geschikte kandidaat is.  In die zin gaat het in ons vak ook om het marketing denken. Een latente behoefte blootleggen en invullen.  Op zoek gaan naar een niet-bewust zoekende kandidaat, voor die ‘over zijn hoogtepunt’ heen is en hem klaarstomen voor een nieuw verhaal is een meer verfrissende aanpak.  Beide bedrijven zijn daar bij gediend, ook al klinkt het een beetje perfide. Het volstaat logisch na te denken.

En uiteraard hanteren we daarbij ook sociale media net als de klassieke communicatiemiddelen om enerzijds de dialoog aan te gaan, en de ‘sourcing’ te verbeteren. Maar het stopt daar niet (het begint er overigens ook niet). En het heeft ten enen male niets te maken met het posten van jobs op twitter om snel snel iemand uit het bevriend netwerk te kunnen plezieren. Terwijl de boer ploegt en nadenkt over het weer en de oogst, zijn wij actief met het luisteren naar de hartslag van de talentmarkt. We voeren immers voortdurend gesprekken met potentiële kandidaten voor potentiële opdrachtgevers. Dat maakt deel uit van onze missie en dat doen we ook graag.

Het zoeken en vinden van talent is vakmanschap, gericht en breed zoeken vanuit een expertise, niet vanuit een gevoel alleen, want dat komt later aan bod. En nog dit. Het rekruteren kan dan al sneller door de sociale media-ondersteuning, het selecteren (door werkgever en bureau) en het maken van een onderbouwde keuze (door de kandidaat) blijft een levensbelangrijke gebeurtenis en die verdient de nodige aandacht en tijd. En voor wie niet kan wachten, wordt er in Wetteren vast wel een proefveld met ggk’s (genetisch gemanipuleerde kandidaten) aangelegd … Ondertussen ga ik een echte mens interviewen.

Gepost door: wfobel | mei 31, 2011

De wet van de jungle

Een paar weken terug las ik in Humo een mooie uitspraak van Johan Cruyff. ‘Wij waren straatvoetballertjes, en natuurlijk belandde er al eens een bal in de ruiten van een oud vrouwtje in de straat, en haalden we kattenkwaad uit, maar het idee dat we datzelfde mensje van der handtas zouden beroven, neen, dat kwam echt niet in ons op.’
Diezelfde sport, die mij eigenlijk bijzonder nauw aan het hart ligt, wegens mauve bloed van bij de geboorte, die wordt nu geleid door iemand die geen greintje moreel gezag meer heeft.  En ik vind dat erg, omdat het voetbal, zoals zovele andere sporten, over een ontzaglijk brede basis beschikt en enorm steunt op jeugdwerking. Een jeugdwerking die waarden zou moeten doorgeven, doorzettingsvermogen, fair play, eerlijkheid. Niets blijft er echter nog recht staan.  Allemaal de verdienste van Mijnheer Blatter, die die problemen wel eventjes binnenskamers wil oplossen, er is immers niets aan de hand. Vooral dat laatste; het stelt allemaal niet zoveel voor!! Het is tekenend voor het verval. Jaren en jaren van normvervaging leiden tot een situatie waarbij wat hoort en wat niet hoort volledig vervaagd is.

Het zet aan tot denken. Denken over kansen, over onderwijs, over vorming. Denken over waarden, over attitudes, over het instinctief besef van wat mag en wat niet mag.
Over sociale controle ook, over zielige burgerpatrouilles, waarvan je eigenlijk weet dat het een pleister op een houten been is. Een vals gevoel van veiligheid, maar tegelijkertijd ook een hunkering naar meer contact met mensen uit de buurt. Weliswaar om de verkeerde redenen.

Alles start bij de juiste ethische of morele ingesteldheid. Als die ontbreekt zijn er geen normen, en kan alles. Helaas heb ik de indruk dat alles tegenwoordig kan.  En dan kijk ik met verstomming naar iemand als Blatter. Sport  en voetbal waren een feest.  Ze staalden het karakter, ze vormden jonge mensen, ze gaven plezier in de (wed)strijd, ze zorgden voor verbondenheid, in een dorp, in een stad, in een land.
Vanaf nu dus niet meer.  Sport misschien nog wel, maar de structuren rond de sport zijn rot. zoals iedereen van mij het recht heeft om zijn geloof te belijden, maar de structuren waarin dat geloof moet ontwikkelen zijn ook allang niet meer  zuiver te noemen.

Kijk, we kunnen vast allemaal wel eens lachen met de Blatters, Berlusconi’s en andere Bobo’s van deze wereld, maar eigenlijk zijn ze helemaal niet om mee te lachen. Zij zijn het die onze waarden op een manier beproeven die buiten het toelaatbare ligt. Door hun etalage van macht vormen ze daarnaast ook nog eens een ambitieniveau voor velen onder ons… alsof die macht de sleutel tot oprecht beleefd geluk zou zijn. Heeft niemand dan iets geleerd van de doos van Pandora?

Als ik mijn beide zonen bekijk, en ik samen met mijn vrouw dag in dag uit bedenk hoeveel moeite wij doen om ze de juiste houding aan te leren, de juiste waarden, dan vraag ik me af, of dat wel de oplossing zal blijken te zijn.

Rechtvaardigen in de jungle, hoeveel overlevingskansen krijgen die?

Gepost door: wfobel | mei 27, 2011

Zeg het hem gewoon – Pa ik zie je graag !

Hij zit wat gebogen en kleiner dan ik hem ken aan de rand van het zwembad.  Hij wordt oud. Ik, en ik alleen kan en mag dat zeggen. Mijn broer niet, mijn zus niet, mijn ma niet, maar ik wel. Dat gebogen zijn, dat is maar schijn. Hij is nooit klein of gebogen, en al helemaal niet in zijne kop. Mijne pa.

Een schoon, en moeilijk verhaal.Een Vlaams verhaal ook.  Stug en strak. Hard werken, doen wat moet gedaan worden, en niet teveel zagen. Wij uiten ons niet. We tonen onze appreciatie door wat plagerijen, door wat goedgemeende meppen op schouders. Stoer. Mannelijk. Vlaams. Maar echt zeggen? Dat is te moeilijk.  Dan geef je je bloot. Liever eens ferm de andere kant van de stelling poneren. Zeg jij rood ? wel dan is het voor mij blauw! Dat houdt de rook in de discussie, wij snappen dat, de anderen niet. Ze denken maar. Ze denken zelfs dat we ruzie hebben. Maar dat is niet zo. We zijn één en kunnen door de harde woorden heen kijken en houden van mekaar. Maar dat zeggen, dat doen we niet. We zijn geen doetjes.

Ik zit hier nu met hem, aan de rand van een zwembad in Madeira. Alles klopt, we drinken wat, we kijken rond, we zwijgen heel veel. En dat is een erg natuurlijk en rustig gevoel. Er moet immers niet zoveel gezegd worden. En tegelijkertijd is er ontiegelijk veel dat moet gezegd worden.En daar kom ik niet toe.

Als kind vind je’t normaal dat alles er is, dat je thuiskomt en datgene pakt waar je zin in hebt. Jij hebt immers niet gekozen om er te zijn, dat deden zij.  En bij ons thuis was alles er. Niet overdreven, en nooit zonder dat je besefte wat het waard was, maar het was er wel. Nu ik zelf kinderen heb, besef ik hoe weinig voor de hand liggend zoiets is.  Nu besef ik ook hoe zwijgzaam lief mijn pa is. Hij had meningen over alles, en was ook nooit te beroerd om ze te uiten, nog steeds niet overigens, maar nooit heb ik hem de vanzelfsprekendheden van onze jeugd en onze arrogante zelfzekerdheid weten onderuit halen. Ik kan me (nu) niet voorstellen dat dat altijd even éénvoudig was.

Ik moet hem nog voor zoveel bedanken, ook voor die dingen die hij als evidentie ziet.  Tegelijk denk ik – en ja, dat is een automatisme – aan werksituaties. Ieder van ons heeft op zijn carrièrepad wel één of meerdere mentors gehad. Vaak hebben we het niet door op het moment zelf, soms zelfs niet eens nadat ze uit ons leven verdwenen zijn, maar iedere keer weer stel je vast dat mensen goede raad en advies geven. Om één of andere onbaatzuchtige reden , noem het vriendschap, of genegenheid, dat mooie oude woord,  maar het wordt niet (h)erkend. Misschien moeten we daar wat alerter mee omspringen. Wat beducht zijn voor de woorden en wat ze met zich kunnen brengen. Ik ga dat toch proberen. Straks, efkes met mijn pa babbelen in plaats van mijn wijsheden de wereld in te sturen…

Gepost door: wfobel | mei 26, 2011

Een mens is meer dan een etiket

Wat zoeken we precies? een puzzelstukje dat precies past, of een bijdrage aan de groei van onze onderneming door de inbreng van talent, spirit en vaardigheden?

Als ik terugkijk op de afgelopen 17 jaar recruteren en selecteren, dan valt het me op dat ik bij de oorspronkelijke briefings meestal precies te horen kreeg aan welke eisen een kandidaat exact moet voldoen. Toegegeven, het helpt! Het zoeken wordt er een stuk makkelijker door, het vinden meestal ook … maar laat die briefing toch niet als dwangmatig schoolreglement onze bedrijfsvoering bepalen omdat dit nu eenmaal het beste past in de organisatie.

Ervaring met pneumatica, eerder dan mechanica. PHP zus, of Java zo. Kandidaten uit Limburg krijgen de voorrang (ja, het kan!).  Ook die strijd moet gevoerd worden. Ik ga hem niet uit de weg en ik heb hem gelukkig al vaak gewonnen. En niet ik ben de uiteindelijke winnaar, maar de klant voor wie ik het elke dag doe. Onlangs nog zei een kandidaat tegen me ‘ ik denk dat ervaring en potentieel belangrijker zijn dan certificaten en skills, ik denk dat ik in mijn vakgebied alles wat ik nog niet ken, kan leren op zeer korte tijd’. Hij had overschot aan gelijk. De wil overheerst het kunnen.

De uitdrukking ‘nieuw bloed in de organisatie’ zou beter eens wat letterlijker genomen worden. Nieuwe inzichten werken verfrissend, stimuleren, doen ontplooien en geven energie.

Kunnen we ons dan aan de inkoopzijde echt niet een beetje slimmer opstellen en een oog hebben voor het uitzonderlijke talent dat onze organisatie wil laten groeien en bloeien. Minimum 3 jaar ervaring in het werken met overheden. Stel je voor… Mag het echt geen twee jaar zijn, maar dan wat intensiever van niveau… Uiteindelijk lijdt het allemaal naar gemakzucht, predikaat van onze vervangeconomie. Deze voldoet niet, of dat stuk is kapot (lees: heeft ontslag genomen), we gaan die vervangen door een zelfde omwille van de continuïteit. Precies daar liggen echter de uitdagingen en de mogelijkheden. Stel eens in vraag, kijk hoe het anders kan, en probeer te definiëren wat een afdeling of een bedrijf echt nodig heeft, eerder dan risicoloos hetzelfde kunstje uit te halen om ongestoord verder te kunnen doen met het dagelijkse werk. We vragen aan kandidaten om out-of-the box te denken en handelen, mogen we dan zelf achterblijven op dat vlak?

We foeteren allemaal wel eens op de paraplu-politiek in bedrijven. Mensen dekken zich in, geven het volle pond niet, kleuren binnen de lijntjes. Ik weet dat wij als eerste opdracht hebben om die profielen, die mensen aan te leveren die op korte termijn de nood kunnen lenigen, maar ik zou ook graag gehoord willen worden als ik constructief – en bij momenten met grote zekerheid – kan bijdragen aan een beter resultaat, door een afwijkende oplossing.

U zou me daar ook ee nbeetje moeten kunnen in vertrouwen. Ga er misschien van uit dat als wij ons werk goed doen, we geen kandidaten voorstellen zonder meerwaarde. Dan proberen we juist die meerwaarde nog groter nog scherper te krijgen. A prioiri neen zeggen omdat de afvinklijst niet volledig werd, ik weet niet of dat altijd zo verstandig is.

We houden beter op met overdreven stereotyperen van ervaringsprofielen en houden een vinger aan de pols voor mensen die echt het verschil maken met ons. Onze eigen denkpatronen staan immers vaak de echte doorbraak in de weg. Dat is wat mijn missie is en altijd zal blijven. Plain en simple.  U mag me er altijd over bellen.

Gepost door: wfobel | mei 18, 2011

Zet hem af!

Gisteren reed ik van Gent naar Antwerpen.  En ik heb een manmoedig besluit genomen. Tiijdens de rit heb ik mijn bluetooth uitgeschakeld, en mijn telefoon niet  aangeraakt. Ik heb er zelfs niet naar gekeken. Even weg van de samenklontering van communicatiestromen.Luisteren naar het geronk van de motor.

Naast de oorspronkelijke afkickverschijnselen was dat een interessant experiment. In plaats van bezig te zijn, en eigenlijk ook een beetje geleefd te worden door de momentkeuzes van de andere, had ik zelf de tijd om dingen te overdenken, en in de diepte, elementen en ideetjes toe te voegen aan de projecten die  ik mentaal overliep. Tussendoor keek ik naar het landschap. Er kwam zowaar een beetje een vredig gevoel over me. Wat een luxe, in een anders nogal jachtig beroepsleven.

Het zette me ook aan tot nadenken over hoe vluchtig en snel ons leven en onze beslissingsprocessen zijn. Alles moet snel, instant, à la minute.  Het grapje dat mensen je telefoneren omdat ze je willen zeggen dat ze je een sms gestuurd hebben dat er een email in je mailbox zit, ik weet  dat het overdreven is, maar het komt akelig dicht in de buurt. En dan nog maar een mail sturen om wat schuld op de schouders te laden in de trant van “je hebt waarschijnlijk over mijn mail heen gelezen in je dagdagelijkse hectiek…” doe maar !

De vanzelfsprekendheid van ‘always on, 24/7 bereikbaarheid’, ik zou die toch nog eens willen in vraag stellen. Ieder moet de kans krijgen tot rustpunten, tot momenten van reflectie, zonder dat die daarvoor naar een (on-)bewoond eiland moet. Ook in de dagelijkse routine, op de werkvloer, moeten managers en  medewerkers ruimte maken voor momenten van rust. Momenten van reflectie ook, of gewoon ‘baalmomenten’. Niet iedereen is altijd even performant. Het is een illusie dat je dat kunt afdwingen door scherpe controle of constante druk. Alles gaat kapot onder constante druk, alles heeft immers een breekpunt. Wie wordt er vrolijk van een outlook-week die je vanop het scherm aanstaart als een overvolle infozuil aan de tramhalte.

Kan je je nog herinneren hoe je vroeger naar een vaste huistelefoon belde in de hoop dat Marc er was? Of dat je eigen telefoon rinkelde zonder dat je zag wie er aan de andere kant van de koperdraad verlangde naar een stem uit je gezin ? Was die onzekerheid zoveel onzekerder, was die onbereikbaarheid zoveel slechter? Het zijn maar vragen …

Vandaar… laat je telefoon soms even voor wat hij is, kijk eens niet om naar je twitterstream, en lees je mails niet altijd onmiddellijk als ze binnen komen vallen, je gaat een zee van tijd ervaren, en je projecten zullen winnen aan inzicht en diepte.  ‘T is maar een idee, u doet er mee wat u wil, maar ik kan het iedereen aanraden. U mag me steeds bellen om er verder over te praten, maar als ik onderweg ben …ben ik er niet, dan ben ik met andere belangrijke dingen bezig… maar daarover schrijf ik dra meer.

Gepost door: wfobel | mei 17, 2011

Naar adem happen

Ik schijn niet de enige te zijn. Sterker nog, mannen en vrouwen, groter dan ik zijn er me in voorgegaan.  Het goede nieuws is, dat het allicht wel een blijvertje wordt.  Waar heb ik het over? Over een dipje in het bloggen.  En naar het schijnt, hoor ik uit welingelichte bron, is dat een fenomeen dat elke beginnende blogger wel eens meemaakt. Het gevoel dat het er allemaal niet toe doet, dat je jezelf herhaalt, dat je er geen zin meer in hebt.

Hoe je het ook draait of keert, het blijft een creatief proces. Dat valt moeilijk te dwingen, zonder dat je minderwaardig resultaat aflevert, en dat wil ik niet.  Maar ik heb ook beseft dat ik het mis, dat ik het leuk vind, dat het een boeiende manier is om gedachten te structureren en te ordenen. Het leuke aan schrijven is immers de reactie, en daar kan ik echt niet over klagen. Jullie hebben bij elk nieuw artikel de bereidheid gehad om in discussie te treden en/of opmerkingen te formuleren waar ik iets mee aankon.

Het was echter teveel op een bepaald moment. Teveel werk, teveel beslommeringen ook, die dan wel wat meer in de persoonlijke sfeer liggen, maar je kan die twee niet uit elkaar halen. En soms moet je dan naar adem happen, en overleven. De dingen doen die er ogenschijnlijk het meest toe doen. Kinderen, relaties, werk, ouders, vrienden. Keuzes.

En rust. Rust helpt. Wat afstand nemen, en de dingen overschouwen.  Grappig is dan weer wel dat mensen daar dan ook weer moeite mee hebben. ‘Het is zo stil, we horen u niet meer? Ah leefde gij nog’… Het moet toch mogelijk zijn om iets langer dan een lang weekend tijd vrij te maken voor jezelf, en voor de mensen rond je? Tijd om na te denken, waardoor je weer beseft waar je nu echt je energie haalt, je ‘goesting’. En bij mij is dat interactie. Interactie met mensen, met situaties, interactie door problemen, en interactie met u, allen.

De goesting is er dus terug en het schrijven kan opnieuw beginnen, tenzij u mij allen massaal weet te melden dat u me niet gemist heeft en er verder ook geen boodschap aan hebt. In dat geval probeer ik het wel op een andere manier.

U leest binnenkort weer dingen van mij… Beloofd!

Gepost door: wfobel | april 28, 2011

Rekrutering 2.0, ik heb zo mijn vragen.

Ik las een tijdje geleden een berichtje in Digimedia over rekrutering via sociale media. Kort gezegd, 1 op 5 van alle berichten zou over jobs gaan. Dat was 2010, en Nederland. Ik contesteer die cijfers niet, verre van, maar ik heb er zo mijn bedenkingen bij.  Uiteraard zijn we in de sector niet blind voor nieuwe technieken, kanalen en fora, uiteraard zijn we al langer dan vandaag bezig met internet als main tool voor onze plaatsingen en selecties. Maar zoals u allicht al weet heb ik een hekel aan inflatie van woordjes. Rekrutering 2.0. Wat zou dat willen zeggen? Als ik het vergelijk met Web 2.0 is het een actieve uitwisseling van informatie, waarbij het initiatief grotendeels aan de participanten wordt gelaten. Voor de puristen, ik ben geen web-consultant, ik ben bezig met HR, dus vergeef me als ik kort door de bocht ga.

Ik vraag me dan af wat er zoal veranderd is? Linkedin bestaat al heel lang, en toegegeven, het is de laatste jaren een iets actiever platform geworden, daar waar het vroeger enkel een vergaarbak van CV’s was. Maar we gebruikten dat al. Blijft over… Facebook, en Twitter.

Tja. Facebook, noem me oubollig, maar voor mij lijkt dat toch eerder de sociale dimensie van een persoon te weerspiegelen; zijn vrienden, zijn hobbies, zijn familie, en pas in bijkomende orde het professionele.  Nogmaals, ik kan me vergissen, maar ik houd persoonlijk niet echt van company pages op facebook, tenzij er een grappige boodschap aan te pas komt, of een mooie marketing actie.

Blijft Twitter. Ik zie er zeker het potentieel van in, maar ook het gevaar. Enerzijds de populatie. In België is die naar mijn smaak niet echt voldragen, met meer communicatie- en marketing jongens dan een echte doorsnede van de ‘beroepssector’. Is dat verkeerd? Uiteraard niet, maar het maakt het vissen in steeds dezelfde vijver een beetje éénzijdig.  Men schermt dan met ‘word of mouth’ en ‘referral’, wat vroeger eigenlijk ook al bestond, het heette alleen anders.

En daar zie ik meteen een gevaar, onder meer ingegeven door een economische realiteit. Men gaat voor de quick and dirty oplossingen. “Smijt eens op twitter dat we een project manager zoeken”.  Zoals voetbal en communicatie, denkt iedereen in België ook meteen dat het eenvoudig is om mensen in te passen in een organisatie, als ze maar over een bepaalde set skills beschikken.

Ik blijf het herhalen, de succesvolle kandidaat inpassen in een bedrijf heeft te maken met vaardigheden, persoonlijkheid, cultural fit en lange termijn planning. Dat is een moeilijk proces, waarbij evenwichten en situaties moeten afgewogen worden, en waarbij een bureau de objectieve tussenpersoon kan spelen, om die verschillende soortelijke gewichten een plaats te geven en op basis daarvan een afweging te maken.

Ik zeg het gewoon maar eventjes…

Gepost door: wfobel | april 23, 2011

HR, QR, of de meerwaarde van het niets

Ik ben modern. ik heb een network, een smartphone, een laptop, en een ipad. Ik heb een twitter account, een linkedin profiel en een facebook account. Ik blog, ik beweeg me zonder de minste moeite op de digitale snelweg, en dat is normaal.
Ik lees ook graag de krant. Alle kranten eigenlijk. Sommigen voor de sport, andere voor het echte nieuws, nog andere voor verdieping. En tijdens het weekend wil ik al eens een Vacature of een Jobat erbij nemen, gewoon om op de hoogte te blijven van wat er reilt en zeilt op de arbeidsmarkt.


Het valt me daarbij op hoe krampachtig er gespeeld wordt met ‘de nieuwe technieken’. Tuurlijk, alle begin is moeilijk. Maar neem nu die QR codes. Leuk, om op een digitaal prentje van een postzegel groot heel veel meerwaarde te kunnen geven. Eindeloze mogelijkheden… euh..; mogelijkheden die een website niet biedt. Misschien wel ja… maar helaas, helaas, in de praktijk komt daar niet zo heel veel van terecht.

Vacature bijvoorbeeld, geeft zelf het voorbeeld door een aantal jobs in de kijker te plaatsen onder de titel ‘Post én Print a Job’.

Schabouwelijk Neerengels maar daar gaan we nu aan voorbij.

Ik ga dan naar één zo’n advertentie kijken , scan de QR code in, en kijk wat ik dan krijg… Echt waar extra info…  voor wie het niet goed kan lezen, ’t is een linkje.

En als je op dat linkje klikt kom je op de info van de functie, zoals ze ook al in de krant staat. Echt multimediale meerwaarde.  Prachtig initiatief in de serie ‘Solliciteren is een tijdverdrijf’.

Bij  de firma Smals bakken ze hem wat dat betreft nog bruiner.

Waarom niet meteen aan ons zelf gedacht, moet daar meteen één of andere social media guru gedacht hebben.

Mooie verzorgde, klassieke advertentie, met functies, contactgegevens, website en facebook linkje. En een QR code… want we zijn modern.

En ja hoor. De QR code verwijst naar de facebookpagina.

Daar kan je met je facebook account op inloggen, en dan ben je meteen ook fan van hun pagina… Ik wil helemaal geen fan worden van een ICT bedrijf!  Ik wil meerwaarde zien en beleven.

Je maakt mij niet wijs dat er geen creatievere manieren zijn om met die dingen om te springen. Steek er applicaties in, hebbedingetjes, verduidelijkingen, proactieve/reactive modules, maar herhaal toch niet omwille van het herhalen, of omdat het modern is om dat te gebruiken.

Op zo’n moment is een QR code niet meer of niet minder dan een barcode of een webadres. En dat kan toch de bedoeling niet zijn? Maar ik kan me natuurlijk altijd vergissen.

Older Posts »

Categorieën